Quiz voor leerlingen
Uitleg
Als je deze website goed hebt doorgelezen kun je nu de antwoorden geven op de onderstaande 10 vragen. Schrijf je antwoorden op een blaadje en kijk dan je antwoorden eens na.
Vraag 1
Wat is het immuunsysteem?
A. Het systeem dat eten verteert
B. Het afweersysteem van je lichaam
C. Het systeem dat botten sterker maakt
D. Het systeem dat bloed rondpompt
Vraag 2
Welke cellen horen bij het immuunsysteem?
A. Witte bloedcellen
B. Rode bloedcellen
C. Haarcellen
D. Vetcellen
Vraag 3
Wat gebeurt er bij kanker?
A. Cellen stoppen helemaal met delen
B. Cellen delen zich ongecontroleerd
C. Je krijgt altijd koorts
D. Je immuunsysteem verdwijnt
Vraag 4
Wat is een tumor?
A. Een virus
B. Een klompje cellen dat te hard groeit
C. Een soort witte bloedcel
D. Een medicijn tegen kanker
Vraag 5
Waarom kan kanker moeilijk te herkennen zijn voor het immuunsysteem?
A. Kankercellen lijken soms op normale lichaamscellen
B. Kankercellen zijn altijd bacteriën
C. Kankercellen zitten alleen buiten het lichaam
D. Het immuunsysteem werkt nooit tegen kanker
Vraag 6
Wat doet immunotherapie?
A. Het vervangt alle bloedcellen
B. Het helpt het immuunsysteem om kanker aan te vallen
C. Het maakt botten langer
D. Het zorgt dat je nooit meer ziek wordt
Vraag 7
Wat is een T-cel?
A. Een soort afweercel
B. Een soort spier
C. Een soort tumor
D. Een onderdeel van voedsel
Vraag 8
Waarom kan immunotherapie bijwerkingen geven?
A. Omdat het immuunsysteem actiever wordt
B. Omdat het alleen op haren werkt
C. Omdat het geen echte behandeling is
D. Omdat het botten laat groeien
Vraag 9
Wat is chemotherapie?
A. Een behandeling met medicijnen tegen kanker
B. Een operatie aan je hart
C. Een vaccin tegen griep
D. Een test voor bloedgroepen
Vraag 10
Wat betekent uitzaaiing?
A. Dat kanker helemaal weg is
B. Dat kankercellen zich verspreiden naar een andere plek
C. Dat je immuunsysteem sterker wordt
D. Dat een tumor altijd goedaardig is
Maak jouw eigen website met JouwWeb